Waarom lukt iets in de ene klas wel en in de andere niet? Waarom voelt iemand zich in de ene ruimte vrij om te spreken en houdt diezelfde persoon ergens anders zijn mond? Waarom kan een goedbedoelde interventie toch verkeerd uitpakken? En waarom veranderen mensen soms nauwelijks, terwijl iedereen ervan overtuigd is dat het programma goed in elkaar zit?
Na ruim twintig jaar werken in kunst en educatie ben ik steeds meer gaan denken dat we te vaak kijken naar wat we doen en te weinig naar de omstandigheden waarin het gebeurt.
Een les kan inhoudelijk uitstekend zijn en toch niet werken. Een gesprek kan perfect zijn voorbereid en toch nergens toe leiden. Je kunt jongeren uitnodigen om mee te praten zonder dat ze werkelijk invloed hebben. Je kunt zeggen dat iedereen zichzelf mag zijn in een omgeving waarin afwijking ondertussen voortdurend wordt afgestraft. De context doet altijd mee.
Met Context Design onderzoek ik hoe de omstandigheden waarin mensen leren, werken, ontmoeten en samenleven invloed hebben op wat daar mogelijk wordt.
Die context bestaat voor mij uit verschillende lagen. Er is een interne context: wat iemand zelf meebrengt aan ervaringen, overtuigingen, behoeften en verwachtingen. Er is een relationele context: wat er tussen mensen gebeurt, wie zich veilig voelt, wie spreekt, wie luistert en hoe macht en afhankelijkheid verdeeld zijn. Er is een externe context: de fysieke en maatschappelijke omgeving waarin iets plaatsvindt. En er is een inhoudelijke context: waarom we bij elkaar zijn, welke doelen we stellen en welke afspraken, werkvormen en rituelen daarbij horen.
Daar doorheen lopen tijd, macht, cultuur en geschiedenis. Want geen enkele context begint op het moment dat wij de deur opendoen.
Context Design gaat daarom niet alleen over het ontwerpen van contexten. Het begint veel eerder: bij leren zien in welke context je terecht bent gekomen.
Wat gebeurt hier eigenlijk?
Welke omstandigheden maken dit gedrag mogelijk?
Wie heeft deze omgeving ontworpen?
Voor wie werkt ze?
Wie moet zich aanpassen?
En wat zouden we kunnen veranderen als we iets anders mogelijk willen maken?
Die vragen komen voort uit mijn eigen praktijk. Ik heb gewerkt als kunstenaar, docent, artist educator, onderzoeker en directeur. Ik ontwierp lessen, kunstprojecten, gesprekken, interventies en organisaties. Lange tijd zag ik dat als verschillende soorten werk. Pas later begon ik te herkennen dat ik eigenlijk steeds met dezelfde vraag bezig was: welke omstandigheden maken iets mogelijk?Context Design is mijn poging om daar taal voor te vinden.
Het is geen afgeronde theorie en ook geen methode waarvan ik inmiddels precies weet hoe ze werkt. Ik onderzoek haar terwijl ik schrijf, lesgeef, observeer en ontwerp. Daarbij interesseert het onderwijs me in het bijzonder, omdat daar voortdurend contexten voor anderen worden gemaakt. We bepalen waar jonge mensen zitten, met wie, wanneer, hoe lang, waarover ze praten, wat telt als succes en hoeveel invloed ze daarop zelf hebben.
Maar Context Design gaat voor mij inmiddels verder dan onderwijs. Dezelfde vragen kun je stellen aan een museum, een organisatie, een vergadering, een stad, een huis of je eigen leven. Dat laatste is voor mij op dit moment misschien wel het spannendste onderdeel van het onderzoek. Want als context werkelijk zoveel invloed heeft op hoe mensen handelen en wie ze kunnen worden, dan moet ik die vraag ook aan mezelf stellen: In welke context ben ik terechtgekomen, wat doet die context met mij en wat kan ik zelf veranderen?
De essays hieronder vormen mijn onderzoek naar die vragen. Sommige beginnen in een klaslokaal, andere bij kunst, macht, sociale veiligheid of de inrichting van een school. Weer andere beginnen bij mijn eigen leven. Samen vormen ze geen handleiding voor Context Design. Ze zijn een poging om steeds beter te leren zien wat er eigenlijk gebeurt voordat we besluiten wat we eraan willen veranderen.