Waarom schrijf en publiceer ik?
Al een paar jaar ben ik bezig met het schrijven van een boek. Het heeft de werktitel Boek 2 — een pragmatische naam, want er was al een Boek 1. Dat bracht ik uit in 2016, om te markeren dat ik tien jaar was afgestudeerd en als illustrator werkzaam was. Dat voelt inmiddels als een vorig leven.
Boek 1
Ik organiseerde een expositie in Café Tape aan de Hommelseweg in Arnhem en exposeerde er honderd tekeningen die ik in de tien jaar daarvoor had gemaakt. Ook bundelde ik die in een boek: Boek 1.
Tape was een legendarisch café, dat helaas is verdwenen. Het veel minder aantrekkelijke café Kroon kwam ervoor in de plaats. De community die rondom Tape was ontstaan, heeft daarna nooit meer een nieuwe thuisbasis gevonden in Arnhem, en is helaas versnipperd.
Tijdens mijn expo hing het hele café van top tot teen vol met mijn werk. Overal prints van mijn tekeningen, die mensen konden kopen. Mijn boek lag er nieuw te shinen. En omdat ik graag over the top ga, hingen er vlaggetjes met tekeningen, waren er buttons te koop, en hadden de hapjes zelfs prikkers met mijn logo erop. De opening was één groot Elmar-spektakel, en degene die er het meest van genoot was ikzelf.
Nog steeds ben ik best trots op dat boek. Niet alles wat erin staat vind ik nog even mooi, maar dat maakt me niet uit. Ik vind het vooral leuk dat ik het toen gewoon heb gedaan.
Boek 2
Boek 2 bestaat niet uit tekeningen, maar uit teksten. Het schrijven begon al tijdens corona. Toen de wereld stilstond en we ons vanuit huis moesten vermaken, begon ik in de ontstane ruimte aan een boek over InDifferent. Ik dacht dat ik de geschiedenis van de organisatie aan het vastleggen was: hoe een klein initiatief van een paar leerlingen uitgroeide tot een beweging. Ik wilde de projecten beschrijven, de lessen die we hadden geleerd, en misschien zelfs een methode ontwikkelen voor sociale veiligheid op school.
Sindsdien heeft dat boek allerlei vormen gehad. In zes jaar tijd is het tientallen keren veranderd. Het begon als overzichtsboek, werd een praktisch handboek, toen een manifest, later een persoonlijk verhaal, vervolgens een stappenplan. Uiteindelijk ging het weer helemaal op de schop.
Dat boek bestaat nog steeds niet. Misschien omdat ik het mezelf te moeilijk maakte. Ik ben nogal een perfectionist op sommige punten en leg de lat hoog voor mezelf. Jarenlang probeerde ik te schrijven zoals ik vond dat een schrijver hoorde te schrijven: mooie zinnen, een gladde toon, geen rafels, en natuurlijk hoogst intelligente, prikkelende inhoud. Ik las Biesta, hooks, Freire, Arendt — stuk voor stuk schrijvers die ogenschijnlijk feilloos precies kunnen zeggen wat ze bedoelen — en probeerde te schrijven zoals zij.
Daar heb ik echt mijn best voor gedaan. Ik nam een dure schrijfcoach en schaafde eindeloos aan mijn teksten. Het resultaat werd misschien beter, maar niet noodzakelijk persoonlijker of eerlijker. Het was gewoon niet mijn stem. Ik wil geen perfecte tekst schrijven. Ik wil een eerlijke tekst schrijven.
Gaandeweg realiseerde ik me ook dat een korte tekst echt iets anders is dan een boek. Een boek dwingt je tot samenhang, eist bijna dat je al weet waar je naartoe gaat, terwijl ik juist nog onderweg en ontdekkend ben.
Een essay voor UNESCO
Een half jaar geleden kreeg ik via ArtEZ de opdracht om een essay te schrijven over InDifferent, voor UNESCO. Het was mijn eerste betaalde schrijfopdracht, en eerlijk gezegd vond ik dat behoorlijk spannend. Ik had natuurlijk veel geschreven voor mijn studies en mijn werk, maar een essay dat gepubliceerd en gelezen zou worden, is toch echt iets anders. En, UNESCO.
Tijdens het schrijven van dat essay gebeurde er iets: ik vond het ontzettend leuk. Ik werkte met veel plezier aan de tekst, bleef nadenken en schaven, en merkte vooral dat ik verder wilde. Ik was blij met de feedback van mijn begeleiders, en vond ook echt dat het telkens beter werd. Toen het essay af was, was mijn eerste gedachte niet: gelukkig, klaar. Ik wilde nog een essay schrijven.
Achteraf gezien was dat het moment waarop ik mijn schrijven voor het eerst echt serieus begon te nemen.
Ik schrijf om te denken, denk ik.
Want schrijven doe ik eigenlijk al zolang ik me kan herinneren. Al voordat ik leerde schrijven, vulde ik kladblaadjes met een soort krullen, bij wijze van oefenen. Toen wilde ik al heel graag groter zijn dan ik was. Toen ik eenmaal kon schrijven, vulde ik schriftjes met verhalen, dromen, observaties en plannen. Als frisse start kocht ik telkens nieuwe boekjes waarin ik ijverig begon. Meestal kwam ik niet verder dan de eerste paar pagina's, maar dat maakte niet uit. Schrijven was voor mij nooit alleen een manier om iets vast te leggen. Het was een manier om te denken.
Dat is het altijd gebleven, en dat is het nog steeds. Ik doe het alleen niet meer op papier, maar op mijn laptop. Op mijn drive staan honderden bestanden, waarschijnlijk tientallen meters aan dagboekfragmenten. Ik noem het mijn Notebook, een woordspeling op mijn achternaam. Ja, ik weet het, heel gevat.
Ik schrijf niet zozeer omdat mijn gedachten al helder zijn, maar juist omdat ze dat nog niet zijn. Door te schrijven, de woorden een voor een uit te typen, vertraag ik mijn gedachten als het ware, en dwing ik mezelf om te overwegen welke dingen ik in welke volgorde moet noemen, en welke nu nog niet belangrijk zijn. Dat proces vind ik erg fijn. Pas wanneer woorden op papier staan, kan ik er afstand van nemen, teruglezen, schrappen, verplaatsen, herschrijven. Eigenlijk organiseer ik mijn gedachten net zolang tot ik begin te begrijpen wat ik wilde zeggen.
Er zijn onderwerpen die me niet loslaten. Onderwijs. Macht. Ongelijkheid. Identiteit. Kunst. Bezit. Hoe mensen elkaar behandelen. Jongerenrechten. Waarom dat zo is, beschrijf ik in een andere tekst. Terwijl ik erover schrijf, sorteer ik mijn gedachten en houd ik mijn vragen actief en actueel. Ik ben iemand die de wereld onderzoekend tegemoet treedt. Schrijven is voor mij een vorm van onderzoek. Om te begrijpen wat ik nog niet begrijp.
En door dat UNESCO-essay begon ik me af te vragen of ik eigenlijk wel meteen een boek moest schrijven. Ik ben zelf nog volop in ontwikkeling. Mijn ideeën ontwikkelen en worden aangescherpt terwijl ik erover nadenk en schrijf. Waarom zou ik daar nu al een eindproduct van proberen te maken? Het essay past op dit moment veel beter bij mij. Het hoeft niet alles op te lossen. Het mag vertrekken vanuit een vraag, iets onderzoeken, en ergens uitkomen zonder te doen alsof daarmee het laatste woord is gezegd. Dus dat is wat ik voorlopig wil doen.
Schrijven vanuit Berlijn
Momenteel ben ik in Berlijn, en een van mijn doelen hier was om mijn schrijven serieus te nemen. Ik ging hiernaartoe met het idee dat ik mijn boek zou afschrijven. Inmiddels weet ik dat ik daar nog lang niet ben. Hoeveel ik ook schrijf, het boek is nog niet af. Misschien weet ik zelfs nog niet precies wat het gaat worden.
Maar iets anders wat ik wilde, is wel gebeurd: ik ben gaan schrijven. Fanatiek zelfs. Ik schrijf ontzettend veel in Berlijn, dagelijks, in verschillende koffietentjes, in de bibliotheek, bij schrijversbijeenkomsten, maar vooral achter mijn geïmproviseerde bureau in mijn appartement. En ik merk dat ik er steeds meer van ga houden. Ik schrijf over wat ik zie en meemaak, maar ook over wat ik denk, wat ik zoek, en wat er in mijn eigen leven aan het veranderen is. Alles wat ik wil beschrijven, beschrijf ik. Daarin ervaar ik een grote vrijheid, veel groter dan toen ik probeerde de nieuwe Gert Biesta te zijn en mijn opus magnum probeerde te schrijven.
In eerste instantie zag ik mijn teksten over onderwijs en mijn persoonlijke leven als twee totaal verschillende werelden. Aan de ene kant mijn professionele onderzoek, aan de andere kant mijn persoonlijke leven. Als yin en yang. Ik dacht dat ik ze netjes van elkaar moest scheiden. Maar tijdens het schrijven begin ik te begrijpen dat ze bij elkaar horen, zoals twee kanten van dezelfde LP. Of eigenlijk meer als een huis met een voordeur en een achterdeur: je komt via een andere weg binnen, maar staat uiteindelijk in dezelfde kamer.
Voor het eerst denk ik nu dat ik nog helemaal niet hoef te bepalen wat uiteindelijk in Boek 2 terechtkomt. Ik wil eerst gewoon schrijven. En dan ontstaat vanzelf de volgende vraag: waarom zou ik eigenlijk wachten met delen totdat dat boek er is?
Waarom wachten?
In eerste instantie schrijf ik deze teksten voor mezelf. Ik wil terugkijken en onderzoeken wat ik eigenlijk allemaal heb gedaan. Welke keuzes heb ik gemaakt? Wat werkte, wat niet, en wat heb ik daarvan geleerd?
Daarin herken ik steeds drie richtingen. Eerst het verleden: wat heeft mij gevormd, en hoe ben ik hier terechtgekomen? Dan het heden: waar sta ik nu, wat zie ik, wat houdt mij bezig? En vervolgens de toekomst: waar wil ik naartoe, wat wil ik mogelijk maken, wie wil ik daarin zijn?
Maar op een gegeven moment verandert een tekst van iets dat je voor jezelf probeert uit te zoeken in iets dat je wilt delen. Daar loop ik nu tegenaan. Waarom zou ik wachten totdat het ooit een boek is? Waarom pas iets laten lezen als ik zelf besloten heb dat het "af" is? Dat kan nog jaren duren. Ik kan ook alvast mensen laten meelezen terwijl ik het aan het uitzoeken ben.
Misschien herkent iemand zich in wat ik schrijf. Misschien helpt een gedachte iemand verder. Misschien spreekt iemand me tegen, en ontstaat er een gesprek dat ik alleen nooit had kunnen voeren. Dat vind ik eigenlijk juist interessant. Zolang mijn teksten op mijn laptop blijven staan, is mijn onderzoek alleen van mij. Zodra ik ze publiceer, kunnen anderen erop reageren. Dan kan er iets gebeuren wat niet gebeurt wanneer ik jarenlang in mijn eentje aan een boek blijf schrijven. Dat ik schrijf, is niet nieuw. Dat ik publiceer wat ik schrijf, dat is nieuw.
Dus dat ga ik doen.
Niet iedere dag. Misschien eens per week. Misschien een paar keer per maand. Ik ga het gewoon proberen. Enerzijds ben ik heel benieuwd wat mensen ervan vinden. Anderzijds wil ik me daar niet te veel door laten leiden. Ik wil blijven schrijven zoals ik schrijf. Is het leuk? Is het lelijk? Is het plat? Is het diepgaand? Ik weet het niet altijd, en misschien hoeft dat ook helemaal niet.
Is het persoonlijk? Ja. Vind ik dat spannend? Ook een beetje. Maar ik doe het toch. Mensen delen op sociale media foto's van hun vakantie, hun eten, of zichzelf met belachelijke getuite lippen. Ik deel dit.
Dus voorlopig komt er helemaal geen Boek 2. Ik ga hier langer de tijd voor nemen. In de tussentijd deel ik mijn teksten op mijn website. Daarvoor heb ik, na behoorlijk wat onderzoek, Ghost gekozen. Ik ben nog aan het ontdekken hoe alles werkt. De website is dus net zo goed in ontwikkeling als mijn schrijven.
Je kunt je inschrijven voor mijn nieuwsbrief. Dan krijg je een seintje wanneer ik iets nieuws heb geplaatst. Alleen als je dat leuk vindt, natuurlijk.
Voorlopig zet ik sommige teksten nog even achter slot en grendel. Niet omdat ik denk dat iets op internet werkelijk achter slot en grendel kan staan (ik weet heus wel beter) maar omdat ik in deze fase nog een beetje controle wil houden over wie er meeleest.
En verder doe ik ook maar wat. Dus als je tips hebt voor de website: graag. Als je iets van mijn teksten vindt: ook graag. Ik sta open voor feedback en ben benieuwd wat je erin ziet.
Maar ondertussen schrijf ik verder. Misschien ligt er over een paar jaar ineens Boek 2. Tot die tijd moet je het hiermee doen. Veel leesplezier.