Wat gebeurt er als je ergens bij hoort, maar er niet meer middenin staat?
Mijn eerste weekend in Berlijn moest ik veel denken aan een moment van een jaar geleden. Toen nam ik de negenjarige dochter van vrienden mee naar het LEGO Discovery Centre op Potsdamer Platz.
Zij vond het geweldig. Ik vond vooral de miniatuurstad van Berlijn leuk, de rest was een overdekt pretpark met knipperende lichten, harde muziek en fastfood. Na twee uur was ik overprikkeld, dus was ik opgelucht toen zij zelf zei dat ze weer naar buiten wilde. Eindelijk rust, dacht ik. Maar buiten liepen we regelrecht de Pride in.
Honderdduizend mensen, dansend, feestend, muziekwagens en regenboogvlaggen overal. Ze keek naar alles om zich heen, stelde vragen. Ik voelde me plots verantwoordelijk om deze overweldigende ervaring voor haar begrijpelijk te maken. Ik vertelde haar dat Pride meer is dan een feest. Dat mensen eeuwenlang niet zichzelf mochten zijn. Dat op veel plekken in de wereld mensen nog steeds worden buitengesloten, bedreigd of vervolgd omdat ze verliefd worden op iemand van hetzelfde geslacht, of omdat ze niet passen binnen wat anderen normaal vinden.
"Deze mensen vieren vandaag feest, niet alleen omdat ze vrij zijn, maar ook omdat ze willen laten zien dat iedereen vrij zou moeten kunnen zijn," zei ik. "Later ga ik ook mee feesten!" zei ze resoluut.
Dit jaar was Pride opnieuw overal in de stad. Ik heb er een ingewikkelde verhouding mee. Natuurlijk vind ik dat homoseksualiteit en genderdiversiteit gevierd mogen worden. Maar eigenlijk zou ik liever willen dat er steeds minder te vieren valt, omdat het zo gewoon is geworden dat niemand er nog van opkijkt.
Pride als protest
Pride begon als protest. Inmiddels voelt het voor mij vaker als carnaval: vlaggen, merchandise, bedrijven, steeds meer symbolen voor steeds specifiekere groepen. Een vlag die ooit voor diversiteit stond, lijkt steeds verder opgedeeld te worden in afzonderlijke identiteiten. Terwijl mijn ideaal precies andersom is: niet steeds nauwkeuriger benoemen in welk hokje iemand thuishoort, maar de ruimte vergroten waarin al die verschillen vanzelfsprekend naast elkaar bestaan. Dat was ook een belangrijke gedachte achter InDifferent: begin niet bij het hokje, maar bij de mens.
Dus nee, ik stond zelf niet tussen de mensen. Ik fietste er met mijn camera naartoe om portretten te maken van mooie feestende mensen, zag de drukte, en fietste weer verder. Ik geloof volledig in waar Pride ooit voor opstond. Ik twijfel alleen aan de vorm waarin we dat ideaal proberen te bereiken. Ik deel het ideaal, ik bevraag de strategie.
Nutteloos
Bij het zien van de enorme mensenmassa voelde ik vooral de neiging om van een afstand te blijven kijken. Ik wilde mijn rustige ritme van die week niet kwijt, dus vierde ik Pride in stilte mee, op een afstandje. Ik was er dus niet bij toen de aanslag werd gepleegd. Ik zat thuis te typen toen berichten binnenkwamen met de vraag of ik wel veilig was.
Ik ging naar de plek van de aanslag om bloemen te leggen. Voor de slachtoffers, en eigenlijk voor iedereen die queer is. Het voelde nutteloos, alsof bloemen iets zouden kunnen veranderen. Net als nu, bij het schrijven van deze tekst. Op deze herdenkingsplek lukt het me voor het eerst om te huilen. Alles wat zich de afgelopen dag in me heeft opgebouwd, komt er even uit. Al die bloemen. Al die mensen die daar staan te rouwen. Het is zo oneerlijk.
Ik werk veel met jongeren, van wie velen queer zijn. Ik weet dat je als docent of begeleider altijd meer bent dan iemand die kennis overdraagt, je bent ook een voorbeeld van hoe je naar de wereld kijkt. Ik heb bewust besloten om hoop uit te dragen. Niet omdat ik dat altijd voel, maar omdat ik geloof dat we hoop levend moeten houden, zeker voor de generatie die na ons komt. Maar ik raak die hoop soms zelf ook kwijt. Vandaag is zo'n dag.
Ik herinner me vooral de enorme hoeveelheid politie die ik die dag zag, toen ik door de stad fietste. Pas later realiseerde ik me dat het vanwege Pride was. En toch was iemand, ondanks al die aanwezigheid, in staat om deze aanslag te plegen. Op een plek waar ik diezelfde dag nog was langsgefietst om foto's te maken. Het legt een grote, donkere schaduw over de stad.
De volgende dag ga ik naar de rommelmarkt in het Mauerpark. Er is iets anders. Mensen zijn stiller, praten met elkaar, het is rustiger dan normaal. Tegelijk spelen er kinderen, doen mensen boodschappen, drinken ze koffie. Het leven gaat ook gewoon door.
Afstand nemen betekent niet alleen ruimte krijgen
Een paar dagen later zie ik online dat er in Arnhem een herdenking wordt georganiseerd. Ik kijk wie erbij betrokken zijn en zie dat InDifferent er niet tussen staat. Dat doet me meer dan ik had verwacht.
Ik weet bijna zeker wat er was gebeurd als ik op dat moment gewoon in Arnhem aan het werk was geweest. Dan waren wij erbij geweest. Niet aan de zijlijn, maar prominent. We hadden het breed gedeeld, geprobeerd zoveel mogelijk jongeren mee te krijgen. Iemand van ons had gesproken. We hadden ervoor gezorgd dat ook de stem van jongeren onderdeel was van dat moment. Ik vind dat we daar hadden moeten staan.
Zo heb ik InDifferent jarenlang geleid. Zag ik ergens een noodzaak, gebeurde er iets wat ik belangrijk vond voor de jongeren met wie we werkten, dan deden we iets. Of er nou geld voor was of niet. Desnoods (nee, meestal) stak ik er mijn eigen uren in. Maar op dit moment ben ik er niet.
Ik heb een half jaar afstand genomen van mijn werk en zit in Berlijn. InDifferent draait ondertussen gewoon door. Het team neemt beslissingen, het werk gaat verder en ik probeer me daar, zoals afgesproken, niet mee te bemoeien. Daar zijn goede redenen voor. InDifferent is de afgelopen jaren gegroeid en moet zakelijker en zelfstandiger worden. Het kan niet afhankelijk blijven van wat ik op een bepaald moment belangrijk vind of van mijn bereidheid om daar steeds weer extra uren in te steken. Bovendien is het vakantie en is mijn team vrij. Ik verwijt niemand iets.
Het ongemak zit ergens anders. Vanuit Berlijn ervaar ik voor het eerst wat afstand nemen werkelijk betekent. Het betekent niet alleen dat ik tijdelijk geen vergaderingen heb, geen beslissingen hoef te nemen en niet overal verantwoordelijk voor ben. Het betekent ook dat er dingen gebeuren, of juist niet gebeuren, zonder dat ik daarop ingrijp. Dat klinkt nogal vanzelfsprekend. Blijkbaar moest ik eerst 593 kilometer verderop gaan zitten om te ontdekken dat ik het helemaal niet zo vanzelfsprekend vind.
Negen jaar lang waren InDifferent en ik nauw met elkaar verweven. Als ik ergens een noodzaak zag, kon ik handelen. Nu probeer ik juist ruimte te maken om te onderzoeken wat InDifferent zonder mijn voortdurende aanwezigheid nodig heeft en wat ik nodig heb als ik niet voortdurend met InDifferent bezig ben. Waarschijnlijk hoort dit ongemak daar gewoon bij. Afstand nemen betekent niet alleen ruimte krijgen. Het betekent ook ruimte geven. En ik merk dat ik dat tweede een stuk moeilijker vind dan het eerste.